Overzicht van de drie geplande windparken in Kapelle. De exacte locaties van de windturbines van Windpark Kapelle-Schore kunnen pas bepaald worden als er meer duidelijk is rondom de dijkverzwaring. Daarom is dat gebied gearceerd.
Overzicht van de drie geplande windparken in Kapelle. De exacte locaties van de windturbines van Windpark Kapelle-Schore kunnen pas bepaald worden als er meer duidelijk is rondom de dijkverzwaring. Daarom is dat gebied gearceerd.

Windpark Kapelle-Schore: onderdeel van ontwikkeling windenergie in gemeente Kapelle


Drie partijen (Zeeuwind, E-Connection en Windforce-11) trekken gezamenlijk op bij de ontwikkeling van drie windparken in de gemeente Kapelle. Het gaat om Windpark Willem-Annapolder, Windpark Kapelle-Schore en Windpark Landmanslust. In deze drie windparken worden de huidige twaalf windturbines vervangen door in totaal acht grotere windturbines. Deze kunnen voldoende duurzame stroom opwekken voor het gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsverbruik van 24.000 tot 30.000 huishoudens. Dat is voldoende voor alle huishoudens binnen de gemeente Kapelle, de kernen ‘-Gravenpolder en Hansweert plus een groot deel van het energieverbruik van de bedrijven Top-Onions en Coroos. De acht nieuwe windturbines wekken 5 x zoveel energie op als de twaalf oudere turbines.

Vergunningprocedure: Stap 1 NRD


Voor de drie windparken wordt een gezamenlijke plan-m.e.r. (milieu effect rapportage) opgesteld. De 1e stap is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin staat welke milieueffecten, onderzocht worden in de m.e.r.-procedure. Denk hierbij aan geluid, slagschaduw, natuur en veiligheid.
De NRD ligt ter inzage in het gemeentehuis van Kapelle vanaf 23 oktober tot 4 december 2019 en is ook in te zien via de website van de gemeente.

Locatiekeuze


Het omgevingsplan Zeeland hanteert concentratielocaties voor windenergie. De windprojecten in Kapelle vallen hieronder en dragen bij aan de provinciale doelstelling. Ook gemeente Kapelle wil de benoemde concentratielocaties zo optimaal mogelijk invullen door opschaling, vernieuwing en uitbreiding.

Wat merken omwonenden van het windpark?


Voor Windpark Kapelle-Schore geldt dat de hogere nieuwe turbines beter zichtbaar zullen zijn dan de twee huidige windturbines (tiphoogte 43,5m). De exacte locaties van de windturbines van Windpark Kapelle-Schore kunnen pas bepaald worden als er meer duidelijk is rondom de dijkverzwaring.

De windparken zullen op voorhand trachten hinder waar mogelijk te beperken. In alle gevallen houden de windparken zich aan de wettelijke regelingen bedoelt om hinder zoveel mogelijk te beperken. Mocht er onverhoopt overmatige hinder ontstaan, dan wordt er altijd gekeken naar een oplossing. Windpark Kapelle-Schore zal daarover op een later stadium (als er meer zekerheid is over de effecten van de dijkverzwaring) nog in gesprek gaan met de omgeving. Er zal dan opnieuw een bijeenkomst voor de kernen Schore en Hansweert worden georganiseerd.

Voor Windpark Willem-Annapolder geldt dat de tien bestaande windturbines (tiphoogte 96 meter) worden teruggebracht naar vier grotere windturbines (tiphoogte 180 meter). Deze turbines komen op zo’n 1.000 meter van s-Gravenpolder. De twee geplande windturbines van Windpark Landmanslust komen op zo’n 1.200 meter van Eversdijk en zo’n 1.000 meter van de bebouwde kom van Biezelinge. In dit gebied staan nog geen windturbines.

Voor alle drie de windparken geldt dat er wordt uitgegaan van nieuwe windturbines met een tiphoogte van 180 meter (dat is het hoogste puntje van een rotorblad, wanneer deze omhoog staat). Windturbines worden steeds groter, zodat ze tegen dezelfde kosten meer duurzame energie kunnen opwekken en er uiteindelijk geen subsidie meer nodig is.

Participatiemogelijkheden


E-Connection wil graag windparken ontwikkelen in samenspraak met de omgeving. Daarom hechten we waarde aan overleg met omwonenden en dorpsraden. We willen hen actief betrekken voor en tijdens de vergunningsprocedure bij het windpark. Ook werken we momenteel een windfonds uit. In aanvulling op het windfonds onderzoeken de ontwikkelaars of en hoe omwonenden kunnen investeren in de windturbines.

Jaarlijkse bijdrage aan Windfonds


Hierbij hanteren we de norm uit de gedragscode die de windsector heeft opgesteld (de zogenaamde NWEA-norm) van 50 ct per MWh per jaar. Uiteraard is dit afhankelijk van het uiteindelijke type windturbine en de jaarproductie. Uitgaande van twee windturbines met een rotordiameter van 150 meter, een ashoogte van 105 meter en een tiphoogte van 180 m voor Windpark Kapelle-Schore, zal het in de buurt liggen van ca. 12.750 euro per jaar.

Voor de andere windparken in gemeente Kapelle ligt dit op:
– Windpark Landmanslust (2 windturbines): ca. 12.750 per jaar
– Windpark Willem-Annapolder (4 windturbines): ca. 25.500 per jaar

Verdeling jaarlijkse bedragen Windfonds


Ons uitgangspunt is dat we de bedragen zo eerlijk mogelijk willen verdelen, waarbij we rekening houden met de afstand tot windturbines en het aantal windturbines. We zullen ook onderscheid maken tussen losse woningen in het buitengebied en de wat verderaf gelegen woonkernen. De exacte verdeling werken we momenteel nog uit.

Meer informatie


Voor informatie over het bestaande Windpark Kapelle-Schore kijk hier.
Voor meer informatie over Windpark Landmanstlust kijk hier.
Voor meer informatie over Windpark Willem-Annapolder kijk hier.

Veel gestelde vragen en antwoorden over de drie windparken

De provincie Zeeland heeft een provinciale taakstelling voor het plaatsen van 570,5 MW aan windmolens in 2020 en zit momenteel op 88% van deze doelstelling. Het omgevingsplan Zeeland hanteert concentratielocaties voor windenergie. De windprojecten in Kapelle vallen hieronder en dragen bij aan de provinciale doelstelling.
De ambitie voor 2030 voor geheel Zeeland is: windvermogen 700 MW, zonne-energie van 500 MW op dak en 500 MW op land. Gezamenlijk is dit 1/12 deel van de landelijke opgave voor duurzame energie en het staat gelijk aan het huidige elektrische verbruik in de provincie.
De gemeente Kapelle heeft, in het kader van haar duurzaamheidsbeleid, een concept RES (Regionale Energie Strategie) vastgesteld (3 september 2019). Met betrekking tot windenergie is de kern van de strategie volgens deze concept RES de genoemde concentratielocaties door opschaling, vernieuwing en uitbreiding zo optimaal mogelijk in te vullen.

De acht windturbines uit de plannen voor deze drie windparken hebben een tiphoogte van 180 meter (dat is het hoogste puntje van een rotorblad, wanneer deze omhoog staat). Windturbines worden steeds groter en de rotorbladen steeds langer, zodat ze tegen dezelfde kosten meer duurzame energie kunnen maken. Zo zullen de geplande acht windturbines samen meer dan vijf keer zoveel energie opwekken dan de huidige twaalf windturbines. Duurzame energie moet goedkoper worden, zodat er steeds minder en uiteindelijk geen subsidie meer nodig is.

Voor deze drie windparken wordt een gezamenlijk plan-m.e.r. (milieu effect rapportage) opgesteld. De eerste stap is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin wordt beschreven welke specifieke milieueffecten, die de drie geplande windparken met zich mee kunnen brengen, onderzocht worden in de m.e.r.-procedure en met welke diepgang. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om onderwerpen als slagschaduw, geluid, natuur en veiligheid. Ook de te volgen procedures staan beschreven in de notitie. De NRD ligt ter inzage in het gemeentehuis van Kapelle vanaf 23 oktober tot 4 december 2019 (en tevens in te zien via www.kapelle.nl/windpark). De procedurestappen daarna (vergunningen en bestemmingsplan) zijn per windpark.

Het is de verwachting dat in de loop van 2021 een begin kan worden gemaakt met de bouw van de eerste windturbines. De ontwikkeling van de drie windparken verschilt in tempo. Windpark Willem-Annapolder zal als eerste de procedures voor vergunningverlening starten en een project-m.e.r. opstellen. Windpark Landmanslust volgt kort daarop. Voor Windpark Kapelle-Schore geldt dat er eerst meer duidelijkheid moet komen rondom de dijkverzwaring, voordat de locaties van de windturbines concreet worden.

Om de nationale duurzame doelstellingen te halen hebben we zowel zonne-energie, windenergie als andere duurzame energiebronnen hard nodig. Momenteel wekken windturbines de grootste hoeveelheden duurzame energie op en hebben daar slechts een beperkte hoeveelheid grond voor nodig. De omliggende grond kan gewoon voor agrarische doeleinden worden gebruikt. Voor een zonnepark met dezelfde elektriciteitsproductie is meer dan 100 hectare aan grond nodig, deze is dan niet langer bruikbaar voor agrarische doeleinden.
Bovendien heeft de provincie Zeeland (concentratie)locaties aangewezen in Zeeland waar windturbines kunnen komen. De locatie waar de windturbines gepland zijn is er daar één van.

Voor Windpark Willem-Annapolder geldt dat de tien bestaande, kleinere windturbines worden teruggebracht naar vier grotere windturbines. Deze turbines komen op zo’n 1.000 meter van s-Gravenpolder. Het effect op het uitzicht is voor iedereen anders. De ene bewoner zal het rustiger vinden, de ander kan zich er mogelijk meer aan storen. De twee geplande windturbines van Windpark Landmanslust komen op zo’n 1.200 m van Eversdijk en zo’n 1.000 m van de bebouwde kom van Biezelinge. In dit gebied staan nog geen windturbines. Voor beide parken geldt dat de windturbines onder bepaalde omstandigheden (windsnelheid, windrichting) zeer beperkt hoorbaar kunnen zijn, al worden windturbines steeds stiller. Qua slagschaduw vallen er nauwelijks effecten te verwachten en als er al sprake van slagschaduw is, is dit met een stilstandregeling te voorkomen.
Voor Windpark Kapelle-Schore geldt dat de hogere nieuwe turbines uiteraard beter zichtbaar zullen zijn dan de twee huidige en kleine windturbines. In hetzelfde gebied is het Waterschap Scheldestromen met een dijkverzwaring bezig. Hierdoor is nog niet exact duidelijk wat de locatie van de geplande twee nieuwe windturbines zal zijn. Daardoor is nog niet precies aan te geven in hoeverre bewoners van Hansweert en Schore effecten van slagschaduw of geluid zullen krijgen. Zodra er meer duidelijkheid is, zullen we dat met de omgeving bespreken.

In alle gevallen houden de windparken zich aan de wettelijke regelingen die bedoeld zijn om de hinder voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken. En is er een bewoner die om wat voor reden dan ook overmatig hinder ervaart, dan wordt er altijd gekeken naar een oplossing.

Windpark Willem-Annapolder: Zeeuwind wil de tien huidige windturbines (tiphoogte 96 meter) uit 2003 omzetten in vier grotere windturbines (tiphoogte 180 meter) met een hogere stroomopbrengst.
Windpark Landmanslust: Top Onions merkt als uienverwerkend bedrijf dat haar klanten zoals. Burger King en Mac Donalds producten willen verwerken die met duurzame energie zijn geproduceerd. Top Onions wil daarom haar Zeeuwse bedrijven verduurzamen door de stroom af te nemen van de twee windturbines die Windforce-11 op haar terrein ontwikkelt.
Windpark Kapelle-Schore: E-Connection wil haar twee huidige windturbines (tiphoogte 43,5 meter) uit 1997 omzetten naar twee grotere windturbines (tiphoogte 180 meter) met een hogere stroomopbrengst. E-Connection ontwikkelt, bouwt en beheert windturbines in Zeeland. De stroom zal voor het grootste deel worden afgenomen door het lokale bedrijf Coroos.

Participatiemogelijkheden

De ontwikkelaars willen graag windparken ontwikkelen in samenspraak met de omgeving. Daarom hechten we waarde aan overleg met omwonenden en dorpsraden. We betrekken hen actief voor en tijdens de vergunningsprocedure bij het windpark. Ook werken we momenteel een windfonds uit. In aanvulling op het windfonds onderzoeken de ontwikkelaars of en hoe omwonenden kunnen investeren in de windturbines.

Hierbij hanteren we de NWEA norm van 50 ct per MWh per jaar. Uiteraard is dit afhankelijk van de uiteindelijke turbine en jaarproductie. Uitgaande van 8 windturbines met een rotordiameter van 150 meter, een ashoogte van 105 meter en een tiphoogte van 180 m zal het in de buurt liggen van:
– Windpark Willem-Annapolder ca. 25.500 euro per jaar
– Windpark Landmanslust: ca. 12.750 per jaar
– Windpark Kapelle-Schore: ca. 12.750 per jaar

Ons uitgangspunt is dat we de bedragen zo eerlijk mogelijk willen verdelen, waarbij we rekening houden met de afstand tot windturbines en het aantal windturbines. We zullen ook onderscheid maken tussen losse woningen in het buitengebied en de wat verder af gelegen woonkernen. De exacte verdeling werken we momenteel nog uit.

Geluid, slagschaduw en verlichting

Dat is maximaal 47 dB in L-den overdag en maximaal 41 dB in L-night ‘s nachts, gemiddeld over een jaar berekend. Windturbines worden steeds stiller, maar ze zijn niet geruisloos.

Windturbines kunnen slagschaduw geven. Dit is de bewegende schaduw die optreedt wanneer de zon achter de rotorbladen staat. Wettelijk is geregeld dat er niet meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten slagschaduw op omliggende woningen mag komen. In de praktijk komt dit neer op maximaal 6 uur slagschaduw per jaar.
Het is mogelijk om een slagschaduwsensor op de windturbine te plaatsen. Deze zorgt ervoor dat, zodra de zon schijnt in een voor omwonenden ongunstige stand en er slagschaduwhinder ontstaat, de windturbine binnen 100 seconden stil gezet wordt.

Windturbines met een tiphoogte van 150 meter of meer moeten worden voorzien van zogenaamde obstakelverlichting. Dit bestaat uit een wit (bij dag) en rood (bij nacht) vastbrandend of knipperlicht en moet zowel op de mast als op de gondel worden toegepast. Dit is een verplichting vanwege luchtvaartveiligheid en is bedoeld om piloten alert te maken op de aanwezigheid van de windturbines. De windbranche is van mening dat dit soort lampen onnodige lichthinder geeft voor de omwonenden van windparken. Daarom vindt er al langer overleg plaats met de ministeries en andere autoriteiten en zijn testen gedaan om de veiligheid voor de luchtvaart te waarborgen, maar wel de hinder voor de omgeving te beperken. Inmiddels zijn daarover vergaande keuzes gemaakt, waardoor voor de drie genoemde windparken op het moment dat de windparken gerealiseerd worden, een oplossing zal zijn om aan deze verplichting te voldaan, met zo min mogelijk hinder voor de omgeving.

Vergunningsprocedure

Als Burgemeester en Wethouders een vergunning voor een windpark wil verlenen, dan wordt deze ter inzage gelegd en wordt deze gepubliceerd. Dit is een wettelijke plicht. In die fase kan iedereen zijn mening geven over het besluit van de gemeente door een zienswijze te schrijven. Als de bezwaarmaker geen gelijk krijgt van de gemeente, kan deze naar de rechter stappen. Uiteindelijk heeft de Raad van State het laatste woord.

Voordat de gemeente een besluit neemt over de vergunningaanvraag, worden uitgebreide onderzoeken uitgevoerd, vaak moet ook een milieueffectrapport worden opgesteld. Omdat de plannen voor deze drie windparken bij elkaar in de buurt liggen, is er gekozen voor een gezamenlijk plan-m.e.r. (milieu effect rapportage). De eerste stap is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin staat uitgebreid beschreven welke specifieke milieueffecten, die de drie geplande windparken met zich mee kunnen brengen, onderzocht worden in de m.e.r.-procedure en met welke diepgang. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om onderwerpen als slagschaduw, geluid, natuur en veiligheid. Ook de te volgen procedures worden in de notitie omschreven. Deze NRD ligt ter inzage vanaf 23 oktober tot 4 december 2019. In deze periode kan iedereen daar een reactie op geven. Deze termijn wordt aangekondigd in de Scheldepost en de Staatscourant en op de website van de gemeente.
Daarna volgt per windpark een aparte procedure:
• De NRD geeft aan hoe de vervolgprocedures zijn en of en voor welk van de drie windparken een project-MER nodig is. Dat is onder meer afhankelijk van het aantal windturbines. Voor Windpark Kapelle-Schore zijn wel veel onderzoeken nodig, maar is wellicht geen project-MER vereist.
• Daarna worden de vergunningaanvragen voorbereid en zal de gemeente een bestemmingsplan opstellen voor ieder project afzonderlijk (of besluiten in te stemmen met een procedure tot ‘afwijken van bestemmingsplan’). Zowel het bestemmingsplan als de vergunning worden eerst in ontwerp verleend door de gemeente. Op dat moment worden deze stukken ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Dit wordt ook weer aangekondigd in de Scheldepost en de Staatscourant en op de website van de gemeente. Hierbij kan iedereen die dat wil een zienswijze indienen.
• Vervolgens worden alle zienswijzen verzameld en beantwoord door de gemeente in een Nota van Antwoord. Die wordt bij het definitieve besluit gevoegd. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend mag tot slot beroep instellen bij de rechter.

Voor Windpark Kapelle-Schore is nog niet helemaal duidelijk hoe de procedure gaat lopen. Eerst moet er duidelijkheid zijn over de effecten van de dijkverzwaring om te bepalen waar de nieuwe turbines kunnen komen te staan.

In Nederland liggen bijna 18.000 bouwprojecten stil nadat de hoogste rechter het stikstofbeleid van de overheid heeft afgekeurd. Er mag van die rechter bij bouwprojecten in de buurt van natuurgebieden geen stikstof vrijkomen. Dat geldt ook voor de bouw van windturbines. Bij windturbines is er alleen sprake van stikstof tijdens de bouw, daarna niet meer. Doordat windturbines energie opwekken zonder stikstofuitstoot zijn ze na de bouw stikstofneutraal en verminderen ze zelfs de hoeveelheid stikstof omdat met gas en kolen wel stikstof vrijkomt. De verwachting is dan ook dat de bouw van windturbines en zonneparken binnenkort weer mogelijk gemaakt wordt, dus lang voordat de bouw in Kapelle begint.

Ecologie

Bij het bepalen of een beoogde locatie voor windturbines ook daadwerkelijk geschikt is, worden uitgebreide onderzoeken uitgevoerd en wordt indien nodig een milieueffectrapportage opgesteld. Daarin wordt onder andere onderzocht wat de effecten op de flora en fauna zijn, zodat daar rekening mee gehouden kan worden. Bij ieder project wordt er ecologisch onderzoek gedaan naar vogels en vleermuizen.
Om een goed beeld te hebben van welke vogels en vleermuizen voorkomen in het gebied en hoe ze zich verplaatsen is er ook al veldonderzoek gedaan. Ook voor de dijkverzwaring is natuurlijk al veel natuuronderzoek.

In overleg met natuurorganisaties en autoriteiten wordt gekeken hoe tijdens de bouw en tijdens de beheerfase rekening gehouden kan worden met de natuur. Daartoe wordt bijvoorbeeld een ecologisch werkprotocol opgesteld, dat door een ecoloog wordt gecontroleerd. Door sommige plekken in het gebied bijvoorbeeld interessanter te maken voor bepaalde dieren, kun je rekening met de natuur houden of de omstandigheden zelfs verbeteren. En uiteraard houden we rekening met het broedseizoen: dan worden bepaalde bouwwerkzaamheden gewoon niet uitgevoerd.

Canadees onderzoek (studie van Environment Canada, publicatie november 2013) toont aan dat van de 270 miljoen vogels die jaarlijks sterven door mens-gerelateerde activiteiten windmolens verantwoordelijk zijn voor 0,007%. De meeste vogels worden nog steeds gedood door katten (74%). Windenergie wordt ingezet om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken; ook die hebben een groot effect op natuur en vogels (uitstoot, afgravingen, zeespiegelstijging). Door goed onderzoek te doen naar de vliegroutes en het gedrag van vogels kunnen we zoveel mogelijk slachtoffers onder vogels voorkomen. Zo blijkt uit onderzoek blijkt dat er minder slachtoffers vallen als de tiplaagte (als de wiek helemaal naar beneden staat) minstens 30 meter boven de grond is. Verreweg de meeste vogels vliegen daar onder door (buiten de vogeltrek). In Kapelle willen we dan windturbines plaatsen met minstens zo’n tiplaagte van 30 meter.

Kijk voor meer algemene vragen over windenergie in de rubriek ‘veelgestelde vragen‘ op deze website.